Reisverslag Myanmar
november 2010

Klik hier voor meer foto's

Vanuit Bhutan kwamen we weer terug in Bangkok. En zoals vaker was het weer “werken ” voor ons in Bangkok. Want naar Myanmar was de volgende uitdaging. We twijfelde of we wel zouden gaan. Want de dag dat we aan zouden komen  was 1 dag nadat er verkiezingen in Myanmar waren sinds 1990.  En de Nobelprijswinnaar en vrijheidsstrijdster mevrouw Aung San Suu Kyi  kon niet mee doen.  Zij zit al 15 jaar in haar huis gevangen. Zou het met die verkiezingen wel veilig zijn?  Via de media hoor je ook zoveel verhalen over gevaar en politieke toestanden in het land. We hielden de website van BBC World goed in de gaten en de website van buitenlandse zaken (www.minbuza.nl).  In het noorden en zuiden waren flinke problemen maar op de locatie waar wij naar toe wilde niet. Dan denk je, wil je daar wel heen? Ons antwoord is dan al snel JA! Want de mediaverhalen geloven we niet graag. Dat hebben we al vaker mee gemaakt. En het gaat ons niet om de politieke toestanden in het land. Maar de mensen van het land. En hoe meer verhalen, hoe nieuwsgieriger we worden. Dus ons doel was gezet.

In Bangkok zijn we vroeg op pad gegaan naar de ambassade om een visum proberen te bemachtigen. Er stonden veel journalisten voor de deur die de ambassade niet eens binnen mochten. Met hun camera’s erbij wilde ze de eerste nieuwsberichten over de verkiezingen horen. Binnen waren een paar reizigers zoals wij en wat mensen van NGO’s, die daar aan het werk willen gaan voor bijvoorbeeld Unicef. Bij de eerste selectie aan de balie werden alle Amerikanen al geweigerd.  Op naar de 2e selectie, dit was de papierenwinkel. En na veel puzzelen was ook dit in orde.  Toen het derde gesprek en kregen de vraag waarom we naar Myanmar wilde. Overtuigend hebben we kunnen vertellen dat we gewoon op vakantie als toerist willen gaan. En de stempel akkoord voor dit formulier was gezet. Over 4 dagen konden we het visum op halen. En daar hadden we geen zin in! Want dit keer hadden we maar 4 weken vakantie. En dan telt elke dag dat je daar kan zijn. We zeiden dat we tickets hadden voor het vliegtuig van morgen en vandaag het visum wilde hebben. Helaas hadden we onze tickets niet bij ons ( zeiden we, we hadden helemaal geen tickets maar een beetje bluffen moet kunnen.)  De man twijfelde sterk aan ons verhaal. Maar overtuigend zeiden we dat we om half 5 vlogen met onze favoriete vliegmaatschappij AIR ASIA. Na wat twijfel zei hij: vandaag om half 4 terug komen met de tickets. Anders geen visum! Dus konden we weer op pad. We hadden nog 3 uur de tijd om de tickets te regelen. Dan denk je tijd zat. Maar dan weigert de visa card ineens, Internet valt een paar keer uit, de site van air asia is erg traag of de printer doet het niet. Al met al hebben we moeten rennen van internet café naar internet café om een ticket te boeken en voor half 4 met het bewijs op de ambassade terug te zijn. Maar het lukte en om half 4 stonden we voor deze man met een brede glimlach. Het visum en het ticket was in de Pocket.

Nu was er nog 1 struikelblok. Toen we vlogen vanaf India naar Bangkok waren ze onze rugzak kwijt geraakt in Calcutta. Al 2 dagen was er beloofd dat onze rugzakken naar het vliegveld van Bangkok gebracht zouden worden. Maar elke keer zat hij niet in het vliegtuig vanaf India. Het verbaasde ons niet echt als je de puinhoop in India kent. Toen was het voorstel om de rugzak dan maar door te sturen naar Myanmar. En daar hadden we helemaal geen vertrouwen in. We hebben de moet op gegeven en een tandenborstel, slippers en onderbroek gekocht. Dan maar met heel weinig reizen. Alleen de oplader van de fototoestellen zouden we erg missen. Even bij komen met een lekker Thais Singa biertje om ons visum van Myanmar te vieren. Daarna moe terug bij het hotel, en daar stond net een taxi onze rugzakken uit te laden. Nu was alles helemaal compleet. ‘s-Nachts de kleren snel gewassen en alle warme spullen van Bhutan eruit gehaald en in het hotel achtergelaten, aangezien we na Myanmar weer terug komen in Bangkok om vanaf hier naar huis te vliegen. Die nacht sliepen we goed dat  snap je wel.

Het vliegtuig naar Myanmar zat voor 1/3 vol. We moesten ons verdelen over het vliegtuig voor het gewicht. En zo landen we in het “griezelige” Myanmar. Maar bij aankomst in Yangon staan er al veel vriendelijke gezichten je op te wachten. En een oude westerse man bij ons in de rij van de douane verteld ons wat tips. Praat niet over de politiek en geniet van de grote vriendelijkheid en gastvrijheid van de mensen. Er zijn er maar een paar slecht en laat deze kleine groep het niet verpesten voor de rest van de bevolking. Wissel hier geld. Want in de rest van het land is het moeilijk. Pinnen kun je echt nergens. Daar hadden we gelukkig al rekening mee gehouden. En zo kregen we al snel een warm gevoel in dit onbekende land. Een hotel was snel gevonden. Daar waren ze ook uiterst behulpzaam zonder dat je afgezet wordt. Het was alweer donker en zo liepen we de stad in om iets te eten. Op straat leeft alles nog zoals het in de rest van Azië doet. Veel eetkraampjes met lekker eten. Hier zijn we bij een restaurant op een laag plastic krukje gaan zitten en kijken wat er allemaal langs komt. Een moederhond lag naast ons met 10 puppies. Super om te zien. Na een goede maaltijd hebben we al helemaal zin in dit land. Moeder hond heeft mee mogen delen met ons maaltje.

Yangon (het vroegere Rangon) is voormalige hoofdstad aan de rivier. Het huidige regime heeft alles nieuwe namen gegeven en veel veranderd. Zo ook de landnaam Myanmar in plaats van Birma.  En Yangon staat vooral bekend om de enorme gouden tempel Swedagan Pagode die al 2500 jaar oud is. Om de drukte en warmte te omzeilen stonden we al vroeg bij deze indrukwekkende, Boeddhistische tempel. Veel mensen waren al bezig hun offers te brengen bij de velen Boeddha’s.  Zonder enige bewaking stond er een glazen tafeltje vol goud en geld. Niemand die er naar om keek. Sommige mensen konden wat bladgoud kopen om de tempels mee te beplakken. Voor  good luck en een beter volgend leven.  Maar dat bladgoud was niks vergeleken met de rest van de tempels. In de grote tempel is maar liefs 55.000 kilo goud in verwerkt.  En boven op de  toren hangen duizenden diamanten, robijnen en saffieren. Helemaal  in de top hangt een enorme robijn die je met een verrekijker kan bekijken. Vraagtekens komen je al te gemoed. Was dit niet een van de armste landen? En al deze grondstoffen worden gewonnen in dit land zelf. Het moet dus een enorm rijk land zijn. Helaas is niet het land zo rijk maar een paar mensen die het land overheersen. Maar de gewone mensen blijven trots op deze prachtige tempel. Er heerst ook een geweldige en vredige sfeer. Veel monniken lopen hun rondjes om de hoofdtempel in het midden. En wij lopen graag mee. Al begint de warmte al te sidderen. Ook hier mag je alleen met blote voeten de tempel betreden. En de marmeren witte vloer waar je over heen liep werd ondertussen een kookplaat. Tijd om weer te gaan en onze slippers op te zoeken.

Om wat af te koelen nemen we een Riksja naar de grote rivier die door de stad loopt. Het is een hele andere riksja dan in India. Je zit naast de fietser en de tweede persoon zit achterop. Het blijft echt hard werken voor deze man op de fiets om in de hitte 2 van die grote gasten te verplaatsen. Maar hij is erg blij om weer een klant te hebben. Aan de rivier is altijd veel leven en de bootjes gaan af en aan naar de overkant. Dat leek ons ook wel leuk om naar de overkant te gaan, al wisten we dat het eigenlijk niet mocht. Toch maar gaan vragen aan de mannen op de boot, maar helaas. Iedereen die we vroegen om naar de overkant te gaan weigerde ons. “Not allowed by the gouverment” kregen we te horen. En dan besef je ineens weer waar je bent. Het lijkt allemaal zo vrij. Maar wij kunnen dus niet overal komen en mogen niet alles zien. En dat de mensen zich daar zo strikt aan houden wil toch wel wat zeggen. Dus bleven we aan deze kant van de rivier zitten en vermaken ons goed met de vliegerende jongens.  Daarna nog wat struinen over de markten waar werkelijk van alles te koop is. Er staan in de stad nog veel oude Engelse gebouwen wat ons erg aan het buurland Bangladesh doet denken. Maar het blijft een grote stad en na een dag hebben we het daar wel weer gezien.

Om de reistijd te verkorten hebben we het vliegtuig weer genomen naar Bagan. In Cambodja hebben we 2 keer mogen genieten van de vele tempels in Angkor Watt. We wisten dat er in Myanmar nog meer tempels waren uit dezelfde tijd. Maar dan kleiner van formaat. En dit was ook één van de redenen om naar Myanmar te gaan. Vandaar dat we naar het midden van het land zijn gevlogen op de tempels te gaan zien. Vanuit de lucht was het uitgestrekte gebied aan de rivier goed te zien. Echt overal zag je kleine en grote tempels oprijzen.

 In dit vliegtuig kwamen we ook in aanmerking met de rijke groepstoeristen. Hier wordt door de lokale mensen veel over gepraat. Want deze toeristen betalen veel geld via hun reisorganisatie aan de regering, en geen cent gaat naar de mensen van het land. De hotels, winkels en restaurants waar ze naar toe worden gebracht door de gids zijn van de  regering en in een gewoon souvenir winkel komt deze toerist niet. Onder strenge begeleiding worden deze toeristen in een bus gepropt en op de volgende plek weer uit gespuugd.  En dan snap je waarom “The Lady” van het land vroeg om niet als toerist te komen naar Myanmar. Intussen heeft ze haar mening hierover bij gesteld. Kom naar ons mooie land, maar niet in georganiseerde groepsreizen. Probeer de restaurants en hotels van de militaire regering te omzeilen en geef je geld uit aan de mensen van het land. Dat was ook onze missie en we hebben flink ons best gedaan om de lokale mensen op te zoeken en bij hun te eten en te slapen. De enorme waardering die je dan terug krijgt is geweldig. Na lang praten met de mensen komen de echte verhalen soms los.Ook om het tempel complex van Bagan te mogen betreden hebben we een entree ticket moeten kopen, wetende dat dit geld verdwijnt in de pot van de gouverment. Daar hebben we weer bijzondere mensen ontmoet die eten, drinken en souvenirs verkochten. Waar we heerlijk boven op de tempels hebben gezeten en met de lokale bevolking lekker hebben zitten kletsen. De vele tempels waren echt bijzonder en adembenemend.
Als ras echte Hollanders hebben we een fiets gehuurd bij ons simpele maar leuke guesthouse. Met een veel te kleine fiets voor Frank hebben we op de onverharde weggetjes en heuvels toch heel wat kilometers gefietst. En dan fiets je met 38 graden tussen de honderden tempels ,  echt Super!
In Cambodja is het enorm druk met toeristen. Maar hier kun je echt alleen zijn. Tussen de 4000 tempels zijn er kleine dorpjes waar je bij de lokale een lekker bord eten kan krijgen of een verkoelend drankje. Want heet was het en het stof vloog om je oren als er weer een toeristenbus voorbij vloog met Chinezen en Fransen. Zonsondergang zagen we met z’n 2e op een tempel zonder andere toeristen of verkopertjes. Dat was echt een zonsondergang om nooit meer te vergeten. Op de terugweg fiets je dan langs de kleine hutjes aan de rivier. De hardwerkende mensen komen thuis en gaan zich in de rivier wassen. Er wordt een spelletje katawa (een rieten bal die in een kring de lucht gehouden wordt) gespeeld. Op een klein krukje hebben we een colaatje op. Mensen hebben onderling lekker lol en hebben ook nog de rust om met elkaar gewoon te zitten en wat te kletsen. Het is het einde van de dag en je hebt al hard genoeg gewerkt dus lekker zitten en genieten van het uitzicht van de rivier  Daar deden we graag aan mee!

Vanaf deze magische plek Bagan hebben we 2 dagen later samen met een Australische jongen een taxi gehuurd om ons 350 km verder te rijden. De lokale bus deed er 12 uur over en vertrok om 4 uur in de morgen. Als je op reis bent doe je dit zonder te verblikken of te verblozen. Maar nu we voor een kortere tijd hier waren en een maatje hadden gevonden om te kosten te delen waren we snel om. Nu reden we er “maar” 7 uur over 350 km. Dit was een luxe waar we gebruik van hebben gemaakt en ook echt van hebben genoten. We konden stoppen waar we wilde onderweg en met de 25 jaar oude taxi ging het als een trein. Onze oren zijn nog steeds gespitst op elk geluidje wat we aan de auto horen. In ons buske hoorde we elk piepje of kraakje en maakte het of wisten wat het was. In deze taxi hoorde je het alleen maar kraken en piepen waarbij je dacht deze auto valt straks helemaal uit elkaar. De chauffeur zag je er helemaal niet op reageren. Maar wij twijfelde of hij de weg wel terug zou halen.

Onderweg zijn we op diverse plekken gestopt en hebben we heerlijk over een lokale markt gestruind. Er lagen heel wat zelf gemaakte katapulten, Frank kon zich niet in houden en heeft een mooie gekocht. Maar later hebben we er dankbaar gebruik van hebben gemaakt! De volgende stop was namelijk bij een tempel op een enorme rots. Om naar de tempel toe te lopen was er een trap gemaakt van tegels. En heel veel mensen kwamen deze tempel bezoeken om de vele Boeddha’s te offeren. Alleen hadden de apen dit ook in de gaten. Die stonden op de loer om de offers of iets anders uit je handen te jatten. De katapult was ons enige redmiddel. Zodra de apen met ontblote tanden erg dichtbij kwamen kwam de katapult uit Frank zijn zak, en de apen vlogen weg. Ze vlogen weg aangezien de katapult hier vaak gebruikt werd. Gelukkig hebben wij de katapult alleen maar laten zien. Door de vele apen zat heel de trap onder de apenstront. Laat je nu je slippers uit moeten doen onderaan de trappen omdat je een tempel betreed. Tussen je tenen kroop de apenstront omhoog. Hij lag echt overal. En die stinkt net als mensenstront.  Laten we zeggen dat het uitzicht mooi was op de top. Maar de rest…….

Met een lekker luchtje aan onze voeten zijn we verder gegaan. Onderweg zagen we veel kale vlaktes waar vroeger prachtige oerwouden hebben gestaan net als in Bhutan. Maar helaas was het trieste gezicht de stapels bomen die wachten om geladen te worden naar het rijke westen. Dit gaat echt door merg en been om de prachtige hardhouten kale kolossen te zien zonder groene bladeren. Want wat zijn ze mooi als ze leven. Mensen in het westen zouden dit kerkhof eens van dicht bij moeten zien en dan een levende prachtige boom zoals hij hoort te zijn!

Onderweg hebben we nog een stop gemaakt  bij een boer die palmsuikers aan het maken was.  En de palmsuiker werd gekookt totdat het een vaste suiker werd, van de palmsap kan je natuurlijk ook whisky maken. Dat moest natuurlijk geproefd worden, maar het is niet iets waar we liters van gekocht hebben. Ook waren we bij een familie die de pinda oogst aan het pellen was met de hand. De os werd gebruikt om van de pinda’s pindaolie te maken.
Ook waren ze bamboestokken aan het kappen en deze werden gespleten en matten van gemaakt. De huizen zijn dan ook helemaal van deze Bamboe matten en stokken gemaakt. Echt super materiaal is dat bamboe, enorm sterk en flexibel. Sommige soorten bamboe groeien wel 20 cm per dag!

Uiteindelijk kwamen we met de taxi in het begin van de avond aan in de plaats Kalaw. Via wat speurwerk hadden we gehoord dat er hier een guesthouse is waar een gids woont die je 3 dagen mee de bergen in neemt om de bevolking in de bergen te ontmoeten. En dat leek ons wel wat! Bij het guesthouse Golden Lilly aangekomen ontmoeten we toevallig gelijk deze gids. En laat hij nou morgen vertrekken! We vielen weer met onze neus in de boter. Of moet dit zo zijn? We hadden super zin in een “wandelingetje”. Het guesthouse was van een Indiase sikh familie. Dit sikh mensen zijn echt de aardigste Indiase mensen die er zijn. Hun opa was naar Birma gekomen om de beroemde spoorlijn vanuit Thailand te bouwen in de Engelse tijd. De beste man is in Birma beland en is er nooit meer weg gegaan. Als ze nu weg gaan uit het land mogen ze waarschijnlijk niet meer terug komen.

We zijn met een kleine groep mensen vertrokken om via de bergen en 30 graden in 3 dagen 60 km te gaan lopen naar Inle lake. Nou denk je, makkie. Op zich was het niet super zwaar. Maar berg op en berg af in 30 graden met je rugzak maakt het wel wat zwaarder. En sommige medelopers hadden zich daar wel in vergist. Wij hebben echt van elke minuut genoten. De prachtige rijstvelden en uitzichten. Toch nog de giga bomen gevonden die ontzettend mooi zijn en hier als heilige bomen worden beschouwd en gelukkig hier hoog in de bergen niet gekapt worden ( het lijken we de bomen in de film Avantar). Onderweg kwamen we door de hele kleine dorpjes waar je met de auto niet kan komen. Alles werd lopend gedaan of met de kar en os. Vele huizen waren zo geïsoleerd dat er ook geen dokter kwam. We hadden ons EHBO trommeltje wel bij. En werden dan als dokter aan gezien. Maar dokters zijn we niet. Toch hebben we veel mensen geholpen in de bergen, soms met simpele dingen als een aspirine voor de hoofdpijn maar ook een jongen met een flinke wond in zijn hand. Op het einde van de trip was de EHBO trommel leeg! Blij dat we mensen hebben kunnen helpen! Onze gids was daar ook een geweldig  in, eens in de zoveel tijd komt hij bij deze mensen en helpt ze waar hij kan. Van hem hebben we vele verhalen kunnen horen over wat er allemaal in het land gebeurd. En van sommige dingen wordt je echt niet vrolijk. Maar dat is een heel ander verhaal en zullen hier niet te veel over uitweiden al kun je er een boek over schrijven! Onderweg hebben we ook veel mensen blij gemaakt met shampoo en de kinderen met ballonnen en leuk met ze voetballen. Onderweg mochten we slapen bij de mensen in hun bamboe huisjes. Heerlijk “zacht” op een bamboematje op de grond. Een verfrissende douche bij een bak met ijskoud water en een klein bakje om het water over je heen te gooien. Wat voel je je dan heerlijk voldaan en redelijk schoon. ’s-avonds zijn de sterren fantastisch en we genieten bij het kampvuurtje. Om 8 uur ’s-avonds lig je met de hele groep in 1 kamer te slapen. De haan wekt je om half 6 net voor dat de zon op gaat. Op het zelfde vuurtje van gisteren wordt alweer warme thee gemaakt. Dit is echt genieten! We lopen die dag een stukje over een spoorlijn vlak bij een dorp. Toen we er overheen liepen denk je, hier kan gewoon geen trein meer overheen rijden,  als je in de lengte kijkt is de rails erg slingerachtig. Maar na een uurtje lopen hoor je ineens de toeter van de trein, naast de spoorlijn is het bos heel dicht begroeid en is er geen vluchtweg! We hebben ons echt in de bossen gedrukt en met een vaartje tsjoekte de trein letterlijk langs onze neus voorbij. De mensen hingen achterop en moeste lachen om die rare toeristen in de bossen. Het station was 1 groot feest met verkopers en marktjes. De trein staat ook gerust een half uurtje stil om de handel zijn werk te laten gaan. En als de trein weer weg rijd wordt alles netjes opgeruimd en met de handveger weer schoon geveegd. Het is ook weer een heel schoon volk!

Tijdens het lopen kwamen we een paar waterplaatsen tegen. Hier komen de vrouwen van ver water halen. Met grote jerrycans vol op hun hoofd lopen ze een paar uur weer terug naar hun huis. Dan denk je weer even aan de kraan bij je thuis!

De volgende avond belanden we boven op een berg in een klooster waar zo’n 15 monniken wonen. We slapen naast hun op de houten vloer,  weer op z’n ontzettend zacht matrasje van rijst stengels. Die ochtend worden we niet om half 6 wakker van de haan. Maar om 5 uur begonnen de jonge monniken hun mantra’s  te zingen.  Raar om te zeggen maar echt geweldig om zo wakker te worden. Dan is het echt net of je op een andere planeet bent beland. Eerst rustig en later uit volle borst worden de mantra’s gezongen bij kaarslicht. Zo mooi! Frank springt uit z’n bed om dit mee te willen maken. Slaap dronken en op z’n knieën zit hij te genieten bij de monniken dit is echt speciaal ! en maak je niet vaak mee!

Na weer een heerlijk ontbijtje van rijst gaan we die dag naar Inle lake lopen.  Een enorm groot meer waar de long tail bootjes met grote motoren achterop over het meer varen. De vissers varen tijdens het vissen met een peddel aan hun ene been en vissen met hun handen. Wij zouden na 1 seconde al in het water vallen! De waterbuffels genieten ook van het water. Dat blijven ook geweldige beesten. Helemaal koppie onder gaan ze en blazen die enorme neusgaten leeg. De kinderen zitten op hun rug en spelen met ze in het water. Je ziet in de ogen van de beesten dat ze echt aan het genieten zijn, net zoals hun eigenaars. Die zijn echt trots op hun waterbuffel. Dit is echt een plekje om te genieten. Gelukkig hadden we hier nog een dagje de tijd voor. Ook hier hebben we weer een fiets gevonden om langs het meer te fietsen en op de verlate plekjes te komen. Onderweg zagen we veel mensen met een klein radiootje in hun handen. We vroegen de mensen waar ze naar luisterde. Het waren de illegale zenders die hun op de hoogte hield. De gewone radio laat alleen propaganda praatjes horen van de gouverment en zo zijn ze geïsoleerd van de wereld. Maar vanuit Thailand worden de mensen op de hoogte gehouden van wat er werkelijk gebeurd. Zo werd de vrijlating van “The lady” ook op de voet gevolgd. Hoe blij en hoopvol de mensen van dit nieuws werden is onbeschrijflijk. Wat deze vrouw te weeg brengt in het land is super. Maar zal ze ooit, zoals Nelson mandala, het land een andere draai kunnen geven? We hopen het in ieder geval!

Dan zijn we bijna aan het einde van onze tijd in dit land. Maar alweer hebben we geluk. Onze laatste avond is er een ballonfestival in de stad verderop. Alle festivals zijn verboden door de regering, op dit enige festival na. Het hele jaar door sparen mensen voor het grote ballonnen festival. En dat wordt groots gevierd. En wij zijn net weer terplaatsen. We vertellen dit tegen een groep reizigers maar die gave te kennen dat de toeristen hier niet naar gaan om dat het te gevaarlijk is. Het zal wel mee vallen dachten we. Wij spreken weer af met onze Australische vriend om samen een taxi te delen en gaan in de avond naar de stad Taunggy. We hebben geen idee wat ons te wachten staat. Vlak bij de stad wordt het heel druk. Grote groepen mensen lopen zingend naar een groot veld met een soort kermis erom heen. Het veld is ongeveer 10 voetbalvelden groot vol met mensen. Er staan grote hekken omheen en niemand mag het veld meer op. We staan langs het hek te kijken wat er gaat gebeuren. We worden snel gespot door de beveiliging en we worden het veld op getrokken. Veel foto’s maken en de rest van de wereld laten zien, krijgen we te horen. Helemaal uit gelaten worden we naar de groep mensen geloodst. Er wordt een papierenballon van ongeveer 15 meter hoog door een grote groep mensen gevuld met een brandende fakkel. Als de ballon om hoog komt wordt het aan de zijkant rondom helemaal vol gehangen met brandende kaarsjes. En als de ballon bijna de lucht in gaat worden er heel veel kaarsjes met parachutjes onder aan de ballon gehangen. Eenmaal in de lucht komt er om de 5 seconden er een kaarsje met parachut brandend naar beneden. Super om te zien. Als de ballon uiteindelijk de lucht in gaat wordt door alle mensen gejuicht en gezongen. Een hele grote fakkel komt er onder zodat hij blijft stijgen. Wat een feest. En wij worden er helemaal in betrokken. Ze zijn zo trots op de ballonnen waar ze het hele jaar aan werken. Het is zo mooi beschilderd, dit hebben we nog nooit gezien. De grote ballon gaat zonder bemanning omhoog en blijft stijgen en elke keer komt er weer een kaarsje omlaag echt mooi dit duurt wel 30 minuten. En verdwijnt de ballon heel hoog in het donker. Dan komt de groep mensen met de volgende ballon het terrein op. Een grote pick-up met een hele stallage erop. Als we dichterbij komen zien we een ijzer frame van 4x4x2 meter wat helemaal vol met vuurwerk is gebonden. Dat kan toch niet waar zijn? Martine vertrouwd het al niet en gaat op afstand zitten tussen andere vrouwen met kinderen. De veilige zone zou je in Europa zeggen. Frank zijn ogen worden steeds groter bij het zien van al het vuurwerk en de vuurpijlen glinsteren al in zijn ogen. De ballon wordt met de fakkel om hoog gelaten en net voordat hij om hoog gaat wordt de stallage met vuurwerk onder de ballon gehangen. Met een ritueel wordt de lont aan gestoken en gelijk begint het vuurwerk alle kanten op te spuiten! Op dat moment springen alle vrouwen en kinderen op en beginnen weg te rennen! Martine wist niet hoe stel ze mee moest rennen om de vuurzee te ontwijken. En waar was Frank? Samen met de lokale mensen recht onder de vuurzee natuurlijk! Echt levensgevaarlijk. Maar dat woord kent frank niet als er vuurwerk is. De mannen om hem heen springen in het rond en zijn helemaal lyrisch van het spattende vuurwerk. Eindelijk heeft Frank medematen! De ballon gaat rakelings over de kermis en het vuurwerk gaat echt overal heen. Dit is inderdaad levensgevaarlijk, maar gelukkig gebeurd en niks en iedereen geniet op en top. Zo gaan er 10 ballonnen op die avond de lucht in. één ballon komt nog vast te zitten in het reuzenrad van de kermis en de kaarsjes en de parachutjes  vallen op een eetkraampje dat in lichte laaien komt te staan. Zijn er ongelukken gebeurd?  Vast en zeker. Maar iedereen is zo uit gelaten en blij. En wij mogen dit weer mee maken. Wat een genot. Overal worden we mee naar toe genomen door de mensen, zodat we op de beste plekken komen te staan en voelen ons soms een beetje opgelaten.
dit is een feest van 100.000 personen gebeurd één keer per jaar en wij staan er weer. Andere toeristen hebben we eigenlijk niet gezien.

Diep in de nacht komen we helemaal onder de indruk terug in ons hotel en om 6 uur staat de wekker alweer om het vliegtuig terug naar Bangkok te nemen. In een roes stappen we het vliegtuig in en vliegen over dit bijzondere en indrukwekkende land. Er gaan zoveel gedachtes door ons heen. Maar het zijn allemaal positieve gedachtes die door de mensen van dit land zijn gevormd. De levenslust en kracht die de mensen hebben om door te leven en toch kunnen genieten. En dat in een land waar de gruwelijke onderdrukking en geweld de hoofdrol speelt.  Dan heb je zoveel bewondering voor deze mensen. Dat vergeten we ons leven niet meer!
 

Myanmar was voor ons echt een land dat echt enorm veel indruk heeft gemaakt. En de meeste indruk maakte de glimlach op de mensen hun gezichten!

 

Even stil staan ...................., een hele voorruit gang

 

Klik hier voor de foto's